Mantelzorg wordt vaak gezien als iets dat "erbij komt": naast werk, naast het gezin, naast alle andere verplichtingen. Maar de nieuwe cijfers van het SCP laten zien dat dit "erbij" een steeds groter deel van de beroepsbevolking raakt en dat de belasting die ermee gepaard gaat, voor een groeiende groep te zwaar wordt. Voor werkgevers is dat relevant: mantelzorg is een van de privéomstandigheden die, onopgemerkt, kan uitgroeien tot een oorzaak van verzuim.
1. Mantelzorg is geen uitzondering meer, maar mainstream
In 2024 geeft 39% van de Nederlandse volwassenen mantelzorg: hulp aan een partner, ouder, kind, vriend of buur met gezondheidsproblemen. Dat is een stijging van 6 procentpunt ten opzichte van 2014, toen dit nog 33% was. In absolute aantallen groeide de groep mantelzorgers van 4,3 miljoen naar 5,65 miljoen mensen.

Met andere woorden: bijna 2 op de 5 medewerkers in een gemiddelde organisatie heeft in het afgelopen jaar op enig moment mantelzorg gegeven. Dat maakt mantelzorg geen randverschijnsel, maar een structureel onderdeel van de personeelspopulatie en is vergelijkbaar in omvang met thema's als werkstress of fysieke belasting.
2. De groep ernstig belaste mantelzorgers groeit hard
Niet elke mantelzorger loopt risico op overbelasting. Maar het aandeel dat zich ernstig belast voelt, nam wél toe: van 9,6% in 2014 naar 10,9% in 2024. Omdat de totale groep mantelzorgers tegelijk groeide, is het absolute aantal ernstig belaste mantelzorgers gestegen van 400.000 naar 600.000 mensen.

Dat is een groei van 50% in tien jaar tijd. Ernstige belasting is geen abstract begrip: mantelzorgers die hoog scoren op deze schaal geven bijvoorbeeld aan dat de situatie van degene voor wie ze zorgen hen "nooit loslaat" of dat hun eigen gezondheid achteruit is gegaan door het zorgen. Dat zijn precies de signalen die, onbehandeld, kunnen doorschieten naar verzuim.
3. Wie het meeste risico loopt
De belasting is niet gelijk verdeeld. Uit het onderzoek blijkt dat de kans op ernstige belasting flink oploopt naarmate de hulp intensiever en langduriger is:

Van de mantelzorgers die kortstondig en licht helpen, voelt 4% zich ernstig belast. Bij mensen die langdurig én intensief helpen (meer dan 8 uur per week, langer dan 3 maanden) loopt dat op tot 30%. Daarnaast identificeert het SCP een aantal specifieke risicogroepen:
Ouders van (volwassen) kinderen met een beperking geven gemiddeld 15 uur per week hulp, vaak langdurig.
75-plussers helpen relatief vaak intensief (gemiddeld 15 uur per week), meestal een partner met wie zij samenwonen.
Jongvolwassenen (18-34 jaar) bij hen is de ervaren belasting het sterkst gestegen: van 6% naar 12% tussen 2014 en 2024. Dit past bij de bredere trend van toenemende druk op jongeren.
Werkende mantelzorgers een groep die, mede door de arbeidsmarktkrapte, alleen maar groeit (zie hieronder).
4. De combinatie werk en mantelzorg wordt steeds gangbaarder — én drukker
Voor werkgevers is dit misschien wel het belangrijkste punt: mantelzorgers werken steeds vaker, en steeds vaker voltijd. Het aandeel werkende mantelzorgers (18-67 jaar) steeg van 73% in 2014 naar 80% in 2024, omgerekend 2,7 miljoen mensen. Ook het aandeel dat dit combineert met een voltijdbaan (32 uur of meer) groeide fors: van 41% naar 51%.

Mantelzorgers die intensief helpen (meer dan 8 uur per week) hebben overigens minder vaak betaald werk dan niet-intensieve helpers (65% tegenover ruim 80%), een teken dat zware mantelzorg wél degelijk ten koste kan gaan van arbeidsdeelname. Voor wie de combinatie wél volhoudt, kan de optelsom van uren fors zijn: werkende mantelzorgers die intensief helpen, besteden gemiddeld ruim 52 uur per week aan werk en mantelzorg samen (circa 20 uur zorg, 32 uur werk).
Wat betekent dit voor uw organisatie?
De SCP-cijfers bevestigen een patroon dat wij op deze pagina vaker beschrijven: verzuim ontstaat zelden uit het niets. Vaak is er sprake van een opeenstapeling van privéomstandigheden die onder de radar blijven totdat de rek eruit is. Mantelzorg is daar een sprekend voorbeeld van juist omdat veel mantelzorgers zichzelf niet als zodanig herkennen en dus ook niet snel aan de bel trekken.
Een paar aandachtspunten voor werkgevers en leidinggevenden:
Ga ervan uit dat mantelzorg vaker voorkomt dan zichtbaar is. Slechts een deel van de mensen die hulp geeft, ziet zichzelf als "mantelzorger" zeker bij niet-intensieve of kortdurende hulp. Vraag er daarom actief naar, in plaats van te wachten tot iemand het zelf aankaart.
Let extra op bij combinaties van intensiteit, duur en samenwonen. Wie langdurig en intensief zorgt voor een partner of kind met wie hij of zij samenwoont, loopt het hoogste risico op overbelasting.
Vergeet jongvolwassenen niet. De sterkste stijging in ervaren belasting zit juist bij 18-34-jarigen, een groep die minder vaak standaard op het netvlies staat bij mantelzorgbeleid.

Maak ruimte voor flexibiliteit vóórdat het misgaat. Denk aan flexibele werktijden, thuiswerkmogelijkheden en het bespreekbaar maken van verlofregelingen (zoals kortdurend en langdurend zorgverlof), zodat medewerkers zorg en werk kunnen blijven combineren zonder in de overbelasting te schieten.
Kortom: mantelzorg groeit, de belasting die ermee gepaard gaat groeit mee, en de combinatie met werk wordt eerder gangbaarder dan zeldzamer. Voor organisaties die grip willen houden op verzuim, is dit een thema dat nadrukkelijker een plek verdient naast de bekende oorzaken zoals werkdruk en fysieke belasting.
Dit artikel is gebaseerd op het rapport Mantelzorg in beweging. Kerncijfers en trends 2014-2024 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (Mirjam de Klerk, Evelien Eggink, Roelof Schellingerhout en Alice de Boer), gepubliceerd in mei 2026. De cijfers zijn gebaseerd op het Informele Hulp en Ondersteuning-onderzoek (IHO) 2024, uitgevoerd door SCP en CBS onder ruim 17.750 respondenten.

